India, 2004
Ik heb India vanaf 1995 regelmatig bereisd. Om preciezer te zijn: in 1995, 1996, 2002, 2004, 2006 en 2007. Mijn reizen door India heb ik gebundeld in een portfolio dat heet 'WE BELIEVE IN INDIA'. In dit portfolio probeer ik een paar zaken vast te leggen die mij zijn opgevallen.
Allereerst is er de onontkoombare massieve drukte op en langs de straat. Als gevolg van de toenemende welvaart in India neemt de drukte op straat alleen maar toe. Je ziet dat de kloof tussen arm en rijk, tussen 'have's and have not's' snel groeit. Uiterst eenvoudig werk, zoals het met een kleine hamer in stukken slaan van stenen aan de kant van de weg ten behoeve van een nieuw wegdek, contrasteert met mensen die, gewapend met mobiele telefoon en laptop, hun weg door het dagelijks bestaan vinden. Al reizend en kijkend word je van het ene contrast in het andere geworpen, zijn er altijd veel mensen om je heen; rustige plekken bestaan niet of nauwelijks meer, emotioneel schiet je constant heen en weer tussen afschuw en bewondering, verbazing en vanzelfsprekendheid, overgave en verzet.
Op de tweede plaats is er, ook in India, de logische en natuurlijke behoefte om rust te vinden en even weg te zijn van wat ik hierboven heb beschreven. Ik heb gezocht naar plaatsen waar dat mogelijk is en vaak blijkt dat de waterkant te zijn. Die plek heeft een sterk meditatief en ook religieus karakter, waar je in heel India steeds weer op stuit. Meer dan langs onze rivieren wordt er gebeden, gewassen, gevist, gesproken, gegeten, geslapen. Maar ook worden er de doden verbrand en loost de stad er zijn afval. Ik kijk steeds weer langs de waterkant als ik in India ben, en steeds opnieuw ben ik verrast door de rust die er heerst, ook al is er op bepaalde plaatsen sprake van (grote) massaliteit.
Het derde verschijnsel dat me steeds meer is gaan opvallen is hoe hard er in India gewerkt wordt. Gewerkt op een manier die wij eigenlijk niet of nauwelijks meer kennen. Het lichaam als gereedschap. Dragen, sjouwen, trekken, soms voor jezelf, meestal voor anderen, maar altijd in in ruil voor geld. Onwaarschijnlijk. Zo zie je nu in toenemende mate dat Indiers zelf gebruik maken van de armsten onder hun eigen volk, namelijk de kleine, bijna zwarte, pezige mannetjes uit Bihar; en van Nepalezen voor het echt zware werk. Nepalezen blijken nog goedkoper. Nepal verkeert in grote armoede als gevolg van corruptie en de politieke onrust die er heerst. Toeristen, de grootste inkomstenbron voor velen, blijven en masse weg. Op zoek naar inkomsten voor het gezin verhuren veel mannen zich als drager. Het versjouwen van volle zakken, altijd 50 kilo, vaak 100 en soms zelfs 150 kilo, ook bergopwaarts, is werk dat juist door die groep wordt gedaan. Maar ook trekken mannen karren van minstens 100 kilo door de overvolle straten in vaak extreem vervuilde steden; de lading zelf is waarschijnlijk ook nog vele honderden kilo's zwaar. Dezelfde karren worden even later door ossen getrokken; de mens als os in onze tijd. Geen arbo-dienst, geen verzekering en een moordende concurrentie, ook dat nog. Het principe is simpel: no cure, no pay.
Toch ga ik iedere keer weer graag naar dat land Waarom? Omdat er ook veel schoonheid is. Omdat er toch het soort medemenselijkheid heerst dat wij onze onze technocratische samenlevingen langzaam ontberen. Er hangt een prettig soort optimisme dat voortkomt uit de vooruitgangsgedachte: mensen ruiken hun kansen en willen zo graag voorwaarts. Dat maakt dat zo'n samenleving wakker is, dat er veel mogelijk is, dat kansen gepakt worden om geld te verdienen - en dat vind ik een aangenaam gevoel. Gecombineerd met een vooralsnog breed gedragen religiositeit, zowel onder ouderen als onder jonge mensen, een vaak liefdevolle omgang met elkaar, spontaniteit en directheid in de dagelijkse omgang, en een groot gevoel voor humor is er veel reden om iedere keer opnieuw onder te duiken in dat land. India laat je niet onberoerd, dat is niet mogelijk. Je vindt het vreselijk, of juist fantastisch, je vindt het stuitend of je omarmt het, maar het kan niet zijn dat het je niets doet. Allemaal goed, dunkt me. Ik kwam ergens in de bergen een grote muurschildering tegen, bij een stuwdam, in een flits vanuit de overvolle, warme en vochtige bus gezien en een paar keer gefotografeerd, waarvan 1x scherp; ik las in een flits 'WE BELIEVE IN INDIA' - en dat verwoordt eigenlijk precies wat ik voor dat land voel.
'WE BELIEVE IN INDIA' bestaat op dit moment uit ongeveer 250 foto's.